Wat als 30 cmH₂O niet genoeg is? Gaat u automatisch de cuffdruk verhogen of toch eerst kijken naar de oorzaak van de lekkage?
De nachtdienst verloopt rustig totdat een verpleegkundige meldt dat een mechanisch beademde patiënt persisterende lekkage vertoont ondanks een cuffdruk van 25 cmH₂O. De tube ligt goed. Er is geen zichtbare beschadiging van de cuff. De cuffdruk wordt verhoogd naar 28 cmH₂O, vervolgens naar 30 cmH₂O. De lekkage neemt af, maar verdwijnt niet volledig. Uiteindelijk is een cuffdruk van 40 cmH₂O nodig om een acceptabele seal te bereiken.
Iedere intensivist, anesthesioloog, physician assistant, verpleegkundig specialist of IC-verpleegkundige herkent deze situatie. De vragen volgen vrijwel automatisch
- Is deze cuffdruk veilig?
- Riskeer ik tracheale schade?
- Is de tube te klein?
- Is er sprake van een anatomisch probleem?
- Moet ik accepteren dat deze patiënt buiten de aanbevolen range valt?
- Is de cuff lek?
Opvallend genoeg geeft de huidige literatuur hier niet altijd een duidelijk antwoord op. De laatste jaren lijken verschillende studies echter een nieuw perspectief te bieden. Misschien moeten we minder focussen op de vraag ’welke cuffdruk nodig is' en meer op de vraag
'waarom die cuffdruk nodig is.’
Het klassieke uitgangspunt
Sinds jaar en dag wordt een cuffdruk tussen 20 en 30 cmH₂O beschouwd als de optimale balans tussen enerzijds het voorkomen van luchtlekkage en aspiratie en anderzijds het beperken van tracheale mucosale schade. Drukken onder deze range verhogen het risico op microaspiratie en onvoldoende ventilatie. Drukken boven deze range kunnen de mucosale perfusie verminderen en bij langdurige blootstelling leiden tot ischemie, ulceratie, stenose of zelfs fistelvorming [1-3].
Deze aanbeveling is goed onderbouwd en blijft voor de meerderheid van de patiënten relevant. Maar wat als een patiënt ondanks 30 cmH₂O geen adequate seal bereikt?
Hoe vaak komt dit eigenlijk voor?
Het verrassende antwoord is: vaker dan gedacht. In een multicenter prospectieve studie van Wu et al. werden 284 mechanisch beademde patiënten onderzocht. Daaruit bleek dat 55 patiënten (19,4%) een cuffdruk hoger dan 30 cmH₂O nodig hadden om luchtlekkage te voorkomen [4].
Bijna één op de vijf patiënten past niet binnen de traditionele cuffdrukrange.
Dat is geen zeldzame uitzondering meer en klinisch misschien ook wel herkenbaar. Tegelijkertijd betekent het ook dat ongeveer 80% van de patiënten wél adequaat behandeld kan worden binnen de conventionele range. Dat is een belangrijke nuance.
De meeste patiënten hebben geen gepersonaliseerd cuffmanagement nodig
Dit punt verdient nadruk. Wanneer alle huidige literatuur naast elkaar wordt gelegd, lijkt voor het grootste deel van de patiënten de optimale strategie nog steeds te bestaan uit:
- objectieve cuffdrukmeting;
- streven naar een cuffdruk tussen 20 en 30 cmH₂O;
- bij voorkeur continue cuffdrukmonitoring, minimal regelmatige controle;
- minimaliseren van drukschommelingen [1,5,6].
Meta-analyses laten zien dat continue cuffdrukcontrole leidt tot: minder onderinflatie, minder overinflatie, meer tijd binnen de doelrange en waarschijnlijk minder VAP [5,7]. Voor deze groep draait goed cuffmanagement vooral om het handhaven van een veilige cuffdrukrang
Waarom wordt die cuffdruk dan toch hoog?
Dat is waar het interessant wordt. Traditioneel wordt lekkage beschouwd als een drukprobleem. Wanneer lucht langs de cuff ontsnapt, is de gebruikelijke reactie om meer lucht aan de cuff toe te voegen en de cuffdruk te verhogen. De studies van Wu suggereren echter dat lekkage vaak niet uitsluitend een drukprobleem is, maar ook een anatomisch probleem kan zijn [4,8].
In de studie uit 2024 bleek dat ongeveer één op de vijf mechanisch beademde patiënten een cuffdruk boven 30 cmH₂O nodig had om luchtlekkage te voorkomen [4]. De auteurs identificeerden verschillende factoren die samenhingen met deze hogere benodigde cuffdruk. Met name de verhouding tussen de afmetingen van de cuff en die van de luchtweg bleek hierbij van belang [8].
In de vervolgstudie uit 2025 werd deze hypothese verder onderzocht. De onderzoekers gebruikten CT-metingen om het oppervlak van de trachea en het oppervlak van de cuff met elkaar te vergelijken. Zij vonden een duidelijke relatie tussen:
- het tracheale oppervlak;
- het cuffoppervlak;
- de minimale cuffdruk die nodig was om een adequate seal te bereiken [8].
Naarmate het verschil tussen cuffoppervlak en luchtwegoppervlak kleiner werd, was een hogere cuffdruk nodig om luchtlekkage te voorkomen [7]. Met andere woorden: patiënten met relatief grote luchtwegen of een minder gunstige verhouding tussen cuff en luchtweg lijken een grotere kans te hebben om buiten de traditionele cuffdrukrange van 20-30 cmH₂O te vallen.
De belangrijkste boodschap van beide studies is daarom dat niet iedere patiënt dezelfde cuffdruk nodig heeft om dezelfde afdichting te bereiken [4,8].
Is de oplossing dan simpelweg meer lucht toevoegen?
Waarschijnlijk niet. Juist hier ontstaat het klinische dilemma. Enerzijds willen we luchtlekkage en aspiratie voorkomen. Anderzijds weten we uit decennia aan onderzoek dat langdurig verhoogde cuffdrukken geassocieerd kunnen zijn met afname van de mucosale perfusie, ischemische schade, ulceratie, tracheale stenose en in ernstige gevallen fistelvorming [2,3].
Dat roept een belangrijke vraag op:
Is de hoge cuffdruk werkelijk het probleem, of is de hoge cuffdruk een symptoom van een onderliggende mismatch tussen cuff en luchtweg?
De studies van Wu geven hier nog geen definitief antwoord op, maar suggereren wel dat anatomische factoren een rol spelen bij het ontstaan van deze mismatch [4,8].
Interdisciplinair overleg binnen dit complexe cuffmanagement kader
Wat is ons primaire doel? Hier ontstaat vaak een belangrijk gesprek binnen het behandelteam. Is het doel een cuffdruk onder 30 cmH₂O? Of een veilige seal met behoud van mucosale veiligheid? Voor ongeveer 80% van de patiënten vallen die twee doelen samen.
Voor een kleinere groep patiënten kunnen deze doelen echter met elkaar conflicteren. Dan wordt het belangrijk om bewust af te wegen:
- risico op microaspiratie;
- risico op ventilatielekkage;
- risico op mucosale schade;
- alternatieven voor de huidige tube of canule
Een denkkaart voor klinisch redeneren bij hoge cuffdrukken of persisterende lekkage
Wanneer een patiënt niet binnen de gebruikelijke cuffdrukrange van 20-30 cmH₂O adequaat te sealen is, ontstaat vaak de reflex om meer lucht in de cuff toe te voegen. De recente literatuur suggereert echter dat dit niet altijd de meest relevante vraag is. De uitdaging kan liggen in een mismatch tussen luchtweg, cuff, tube of positie. [4,8]
Daarom kan het helpen om bij complexe casussen systematisch de volgende vragen te bespreken.
Stap 1. Is het probleem echt een cuffprobleem
Wat zien we precies bij deze patiënt en is de meting wel betrouwbaar
- Ventilatielekkage?
- Verminderd teugvolume?
- Hoorbare lekkage?
- Microaspiratie?
- Moeite met beademen?
- Verlies van PEEP?
- Is de manometer correct gekalibreerd?
- Is de pilotballon intact?
- Is er sprake van lekkage in het cuffcircuit?
- Is de gemeten cuffdruk reproduceerbaar?
Stap 2. Is de positie correct
Wat is de positie van de tracheacanule en van de patiënt
- Ligt de tube op de juiste diepte?
- Ligt de cuff daadwerkelijk in de trachea?
- Is er recente herpositionering geweest?
- Is er recent prone positioning toegepast?
- Wat is de hoofd- of nekpositie? Extensie of flexie?
- Was er een recente transfer of verandering van bedpositie?
Stap 3. Is de cuffdruk stabiel
Hoe wordt gemeten?
- Intermitterende handmatige metingen?
- Continue drukmonitoring?
Voor de meerderheid van de patiënten lijkt het behouden van een stabiele cuffdruk binnen een veilige range belangrijker dan incidentele metingen. Continue controle vermindert onderinflatie, overinflatie en drukschommelingen. [5,6,12]
Stap 4. Is er sprake van een cuff-fit probleem?
- Past de cuff bij de luchtweg?
- Is de canule/tube maat passend?
- Is de tube of canule mogelijk te klein?
- Betreft het een high-volume low-pressure cuff?
Stap 5. Past de anatomie?
- Verwijde trachea?
- Tracheomalacie?
- Eerdere luchtwegschade?
- Langdurige beademing?
De studies van Wu suggereren dat ongeveer één op de vijf patiënten mogelijk niet optimaal past binnen de traditionele cuffdrukrange vanwege anatomische factoren. [4,8]
Stap 6. Kan de cuff zich op een ongunstig segment van de luchtweg bevinden
Een vaak onderschat aspect van cuffmanagement is dat de trachea geen uniforme, rechte buis is. In de dagelijkse praktijk wordt vaak gesproken over "de trachea", alsof het één homogeen anatomisch compartiment betreft. In werkelijkheid verandert de luchtweg over haar gehele verloop. Niet alleen de diameter, maar ook de vorm, compliantie, richting en relatie met omliggende structuren kunnen verschillen tussen verschillende segmenten van dezelfde patiënt.
Denk bijvoorbeeld aan:
- de subglottische regio net onder het cricoid;
- de cervicale trachea;
- de middentracheale regio;
- de intrathoracale en distale trachea;
- het gebied rond een tracheostoma.
Daarnaast verloopt de trachea niet per definitie kaarsrecht. Door de anatomische relatie met onder andere de aortaboog, grote vaten, wervelkolom en mediastinale structuren kan de luchtweg over haar verloop van richting veranderen. Ook aandoeningen zoals kyfoscoliose, mediastinale massa's, aneurysmata, tracheomalacie, eerdere luchtwegschade of langdurige canulatie kunnen leiden tot lokale vervormingen of afwijkende luchtwegsegmenten [2,14].
Download de "Denkkaart voor klinisch redeneren bij hoge cuffdrukken of persisterende lekkage"
DownloadDaarmee ontstaat een interessante hypothese: misschien sealen we niet tegen één uniforme luchtweg, maar tegen een specifiek segment van die luchtweg.
Een cuff die op het ene niveau onvoldoende afdicht en een hoge druk nodig heeft om lekkage te voorkomen, zou op een ander segment van dezelfde trachea mogelijk een veel gunstigere geometrische match kunnen hebben. Het probleem is dan niet noodzakelijk de druk, maar de locatie waar de cuff zich bevindt.
Dit sluit aan bij de bevindingen van Wu et al., die lieten zien dat anatomische verhoudingen tussen cuff en luchtweg een belangrijke determinant zijn van de benodigde cuffdruk om een adequate seal te bereiken [7,8].
Bespreek daarom bij een patiënt met persisterende lekkage:
- Bevindt de cuff zich in een anatomisch gunstig segment van de luchtweg?
- Is er sprake van tracheomalacie of verwijding op het niveau van de cuff?
- Zijn er eerdere beeldvorming, CT-scans of bronchoscopieverslagen beschikbaar die meer inzicht geven in de luchtweggeometrie?
- Zou een langere tube of canule de cuff naar een gunstiger segment kunnen verplaatsen?
- Zou een kortere tube of canule de cuff juist uit een probleemgebied kunnen halen?
- Kan een adjustable-flange tracheacanule helpen om de cuffpositie nauwkeuriger af te stemmen?
- Zou een ander cuffdesign beter aansluiten op de lokale anatomie?
Vooral bij patiënten met een tracheostoma, langdurige beademing, tracheomalacie of herhaalde problemen met lekkage kan het waardevol zijn om niet alleen naar de manometer te kijken, maar ook naar de anatomische relatie tussen cuff en luchtweg.
Van cuffdrukmanagement naar cuff-fit management
De belangrijkste les uit de recente literatuur is misschien niet dat we hogere cuffdrukken moeten accepteren. De belangrijkste les is dat een deel van de patiënten een ander probleem heeft.
Voor ongeveer 80% van de patiënten blijft het handhaven van een veilige cuffdrukrange met continue cuffdrukcontrole waarschijnlijk de beste strategie. Voor een relevante minderheid lijken echter anatomische factoren, luchtweggeometrie, cuffdesign en cuffpositie een belangrijke rol te spelen [4,8].
Voor deze patiënten verschuift de vraag van:
"Welke cuffdruk is veilig?" naar: "Welke combinatie van tube, cuff, positie en anatomie geeft een veilige seal met minimale mucosale belasting?"
Misschien ligt daar wel de volgende grote stap in de ontwikkeling van cuffmanagement. Niet méér lucht in de cuff. Maar een betere match tussen cuff en luchtweg.
Referenties
Referenties
- Klompas M, Branson R, Cawcutt K, et al. Strategies to prevent ventilator-associated pneumonia, ventilator-associated events, and nonventilator hospital-acquired pneumonia in acute-care hospitals: 2022 update. Infect Control Hosp Epidemiol. 2022;43(6):687-713.
- Goodfellow LT, Miller AG, Varekojis SM, LaVita CJ, Glogowski JT, Hess DR. AARC Clinical Practice Guideline: Patient-Ventilator Assessment. Respir Care. 2024;69(8):1042-54.
- Hockey CA, van Zundert AAJ, Paratz JD. Does objective measurement of tracheal tube cuff pressures minimise adverse effects and maintain accurate cuff pressures? Anaesth Intensive Care. 2016;44(5):560-70.
- Wu HL, Wu YH, Shen WQ, Shi JH, Zhu YP, Xu YH, et al. Risk factor evaluation of cuff pressure of >30 cmH₂O to stop air leakage during mechanical ventilation: a prospective observational study. Nurs Open. 2024;11:e2187.
- Wen Z, Wei L, Chen J, Xie A, Li M, Bian L. Is continuous better than intermittent control of tracheal cuff pressure? A meta-analysis. Nurs Crit Care. 2019;24(2):76-82.
- Wu Y, Su Y, Zhao L, Wang X, Zhang K, Chen Y, et al. Continuous versus intermittent cuff pressure monitoring in preventing ventilator-associated pneumonia: a multicentre randomised controlled trial. Antimicrob Resist Infect Control. 2025;14:66.
- Maertens B, Lin F, Chen Y, et al. Effectiveness of continuous cuff pressure control in preventing ventilator-associated pneumonia: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Crit Care Med. 2022;50(10):1430-1439.
- Wu HL, Wu YH, Shen WQ, Shi JH, Xu YH, Shen HW, et al. Relationship between difference in endotracheal tube cuff area and airway area with minimum cuff pressure for adequate airway sealing: a prospective observational study. Sci Rep. 2025;15:5875.
- Okgun Alcan A, Yavuz van Giersbergen M, Dincarslan G, Hepcivici Z, Kaya E, Uyar M. Effect of patient position on endotracheal cuff pressure in mechanically ventilated critically ill patients. Aust Crit Care. 2017;30(5):267-72.
- Lizy C, Swinnen W, Labeau S, Poelaert J, Vogelaers D, Vandewoude K, et al. Cuff pressure of endotracheal tubes after changes in body position in critically ill patients treated with mechanical ventilation. Am J Crit Care. 2014;23(1):e1-e8.
- Park JH, Lee HJ, Lee SH, Kim JS. Changes in tapered endotracheal tube cuff pressure after changing position to hyperextension of neck: a randomized clinical trial. Medicine (Baltimore). 2021;100(29):e26633.
- De Pascale G, Cutuli SL, Vargas M, Cortegiani A, Dalfino L, Greco M, et al. Personalized automatic management of tracheal cuff pressure and subglottic secretions drainage to prevent pneumonia in critically ill intubated patients: the MICROINHALO multicenter randomized controlled trial. Intensive Care Med. 2026;52:1235-47.
- Jin X, Ding Y, Weng Q, Sun C, Liu D, Min J. Continuous cuff pressure control on middle-aged and elderly patients undergoing endoscopic submucosal dissection of the esophagus: effect of airway injury. Esophagus. 2024;21:456-463.
- Tracheal deviation. In: Medscape [Internet]. New York: WebMD LLC; updated 2024 [cited 2026 Sep 10]. Available from: https://emedicine.medscape.com/article/1949391-overview#a3