Een goede cuffdruk is niet voor de hele dag
De meeste zorgverleners die werken met mechanisch beademde patiënten kennen de aanbevolen cuffdrukrange van 20-30 cmH₂O. Minder bekend is dat cuffdruk geen statische parameter is. De druk die om 08.00 uur correct wordt gemeten, kan na verzorging of therapie buiten de veilige range liggen.
Dat is klinisch relevant. Een te lage cuffdruk kan bijdragen aan luchtlekkage, microaspiratie en verlies van PEEP. Een te hoge cuffdruk kan leiden tot verminderde mucosale perfusie en luchtwegschade [1-3].
Verschillende determinanten kunnen invloed hebben op cuffdruk. In de vorige blog bespraken we dat ongeveer één op de vijf patiënten mogelijk een anatomische mismatch heeft tussen cuff en luchtweg, waardoor een adequate seal in deze relevante minderheid van de patiënten niet eenvoudig binnen de traditionele cuffdrukrange bereikt kan worden [4,5]. Positionering is ook een belangrijke determinant die cuffdruk kan beïnvloeden. En dit is echter geen probleem van die 20% alleen. Dit onderwerp raakt vrijwel iedere mechanisch beademde patiënt.
Diverse studies hebben laten zien dat positionering een belangrijke determinant is van cuffdrukveranderingen. In deze blog belichten we drie onderzoeken die bijgedragen aan ons begrip van dit fenomeen: de studies van Lizy, Okgun en Tok [6-8].
Routinezorg als oorzaak van cuffdrukverandering
Lizy et al. (2014)
Wat onderzochten de auteurs?
Lizy et al. onderzochten bij mechanisch beademde IC-patiënten wat er gebeurt met de cuffdruk nadat patiënten in verschillende routinematige houdingen worden gebracht. Voor iedere positieverandering werd de cuffdruk eerst opnieuw ingesteld op 25 cmH₂O [6].
Wat vonden ze?
De resultaten waren opvallend:
- slechts 59,4% van alle metingen bleef binnen de aanbevolen range van 20-30 cmH₂O;
- 40,6% van de metingen viel buiten deze range;
- 35,8% van de metingen steeg boven 30 cmH₂O;
- 4,8% van de metingen daalde onder 20 cmH₂O [6].
Bij ruim vier op de tien positieveranderingen bevond de cuffdruk zich na de beweging niet meer binnen de aanbevolen veiligheidsrange.
Wat deze studie zo sterk maakt, is dat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden. Er was geen prone positioning, transport of complexe procedure. Het ging simpelweg om routinematige verpleegkundige zorg.
Wat gebeurt er tijdens prone positioning?
Tok et al. (2024)
Wat onderzochten de auteurs?
Tok et al. vergeleken verschillende klinisch relevante patiëntposities:
- rugligging;
- laterale positie;
- lithotomiepositie;
- prone positioning [8].
Wat vonden ze?
Alle onderzochte houdingen beïnvloedden de cuffdruk, maar niet in gelijke mate. De grootste stijgingen werden gezien bij prone positioning, laterale positionering, lithotomiepositie [8]. De auteurs rapporteerden significante cuffdrukstijgingen ten opzichte van de uitgangssituatie, waarbij buikligging consequent de hoogste waarden liet zien [8].
Waarom is dit interessant?
Deze bevinding verdient aandacht. Juist de patiënten die langdurig in buikligging worden behandeld zijn vaak ernstig ziek, langdurig beademd, afhankelijk van optimale sealing en gevoelig voor microaspiratie. Een positie die gunstig is voor de gaswisseling kan tegelijkertijd belangrijke gevolgen hebben voor cuffdrukmanagement.
Positionering is geen detail
Okgun Alcan et al. (2017)
Wat onderzochten de auteurs?
Okgun Alcan et al. onderzochten het effect van verschillende bedposities op de cuffdruk van kritisch zieke mechanisch beademde patiënten [7]. Onder andere de volgende houdingen werden geëvalueerd:
- rechterzijligging;
- linkerzijligging;
- semi-Fowler;
- veranderingen in hoofdpositie [7].
Wat vonden ze?
Vrijwel iedere positieverandering resulteerde in significante veranderingen van de cuffdruk. Met name laterale positionering en veranderingen van de hoofdpositie veroorzaakten duidelijke afwijkingen ten opzichte van de uitgangssituatie. Bij meerdere patiënten werden daarbij cuffdrukken boven de aanbevolen bovengrens van 30 cmH₂O gemeten [7].
Waarom is dit interessant?
Deze studie laat zien dat niet alleen grote draaiprocedures relevant zijn. Ook relatief kleine veranderingen, zoals hoofdrotatie, nekpositie en verandering van bedhoek kunnen de relatie tussen cuff en luchtweg beïnvloeden. Daarmee verandert de manier waarop we naar cuffdruk kijken.
De cuffdruk is geen vaste patiëntkarakteristiek. De cuffdruk is een dynamische parameter.
Endotracheale tube versus tracheacanule
Een belangrijke beperking van de huidige positioneringsliteratuur is dat het overgrote deel van de studies werd uitgevoerd bij patiënten met een endotracheale tube. Voor patiënten met een tracheacanule beschikken we over aanzienlijk minder gegevens. Echter is ook voor patiënten met een tracheacanule de relatie tussen positie, cuffdruk en seal minstens zo relevant als bij endotracheale tubes.
Intermittend vs. Contue cuffdrukcontrole
Opvallend is dat vrijwel alle positioneringsstudies zijn uitgevoerd binnen een model van intermitterende cuffdrukmetingen. De studies van Lizy, Okgun Alcan en Tok laten zien dat cuffdruk dynamisch is. De studies naar continue cuffdrukcontrole laten vervolgens zien dat deze dynamiek beter kan worden opgevangen door drukverlies en drukpieken vroegtijdig te corrigeren [9-12].
Meta-analyses tonen consequent aan dat continue systemen:
- minder episodes van onderinflatie veroorzaken;
- minder episodes van overinflatie veroorzaken;
- meer tijd binnen de gewenste cuffdrukrange realiseren [9,10].
De multicenter RCT van Wu et al. liet zien dat de cuffdruk bij continue monitoring gedurende 96,9% van de observaties binnen de doelrange bleef, tegenover 70,7% bij intermitterende controle [11]. Dat betekent niet dat continue systemen alle problemen oplossen. Een anatomische mismatch tussen cuff en luchtweg blijft een anatomische mismatch, zoals besproken in de blog: Van cuffdrukmanagement naar cuff-fit management - Atos Medical’ [4,5].
Maar voor het overgrote deel van de patiënten kunnen continue systemen wel helpen om de gevolgen van mobilisatie, wisselligging, positionering, bij endotracheale tube de prone positioning en dagelijkse zorgactiviteiten op te vangen voordat deze klinisch relevant worden.
Waar de blog 'Van cuffdrukmanagement naar cuff-fit management' vooral ging over de relevante minderheid van patiënten waarbij anatomie, luchtweggeometrie en cuff-fit de belangrijkste rol lijken te spelen, laat deze literatuur zien dat positie-gerelateerde cuffdrukveranderingen een uitdaging vormen voor bijna alle patiënten. Juist daar ligt waarschijnlijk de grootste kracht van moderne continue cuffdruksystemen. Niet omdat ze een perfecte seal garanderen, maar omdat zij erkennen dat cuffdruk geen momentopname is, maar een dynamisch fysiologisch proces dat voortdurend verandert terwijl wij voor onze patiënten zorgen.
Tracoe Smart Cuff Manager
De Tracoe Smart Cuff Manager stelt een norm op het gebied van patiëntveiligheid door de cuffdruk continu te reguleren. Het systeem is eenvoudig in gebruik en biedt een visuele bevestiging van een optimale cuffdruk, waardoor zorgverleners zowel in het ziekenhuis als in de thuissituatie worden ondersteund.
Het apparaat bewaakt en reguleert continu de druk in lagedrukcuffs (High-Volume Low-Pressure cuffs) van zowel tracheostomietubes als endotracheale tubes. Hierdoor wordt een stabiele cuffdruk gehandhaafd, wat bijdraagt aan een veilige en effectieve luchtwegzorg.
Referenties
- Klompas M, Branson R, Cawcutt K, et al. Strategies to prevent ventilator-associated pneumonia, ventilator-associated events, and nonventilator hospital-acquired pneumonia in acute-care hospitals: 2022 update. Infect Control Hosp Epidemiol. 2022;43(6):687-713.
- Goodfellow LT, Miller AG, Varekojis SM, LaVita CJ, Glogowski JT, Hess DR. AARC Clinical Practice Guideline: Patient-Ventilator Assessment. Respir Care. 2024;69(8):1042-54.
- Hockey CA, van Zundert AAJ, Paratz JD. Does objective measurement of tracheal tube cuff pressures minimise adverse effects and maintain accurate cuff pressures? A systematic review and meta-analysis. Anaesth Intensive Care. 2016;44(5):560-70.
- Wu HL, Wu YH, Shen WQ, Shi JH, Zhu YP, Xu YH, et al. Risk factor evaluation of cuff pressure of >30 cmH₂O to stop air leakage during mechanical ventilation: a prospective observational study. Nurs Open. 2024;11:e2187.
- Wu HL, Wu YH, Shen WQ, Shi JH, Xu YH, Shen HW, et al. Relationship between difference in endotracheal tube cuff area and airway area with minimum cuff pressure for adequate airway sealing: a prospective observational study. Sci Rep. 2025;15:5875.
- Lizy C, Swinnen W, Labeau S, Poelaert J, Vogelaers D, Vandewoude K, et al. Cuff pressure of endotracheal tubes after changes in body position in critically ill patients treated with mechanical ventilation. Am J Crit Care. 2014;23(1):e1-e8.
- Okgun Alcan A, Yavuz van Giersbergen M, Dincarslan G, Hepcivici Z, Kaya E, Uyar M. Effect of patient position on endotracheal cuff pressure in mechanically ventilated critically ill patients. Aust Crit Care. 2017;30(5):267-72.
- Tok E, Karaca N, Karakoc O, Alper I. Effect of different patient positions on endotracheal tube cuff pressure in patients undergoing urological procedures: a prospective study. Ann Saudi Med. 2024;44(5):289-295.
- Wen Z, Wei L, Chen J, Xie A, Li M, Bian L. Is continuous better than intermittent control of tracheal cuff pressure? A meta-analysis. Nurs Crit Care. 2019;24(2):76-82.
- Maertens B, Lin F, Chen Y, et al. Effectiveness of continuous cuff pressure control in preventing ventilator-associated pneumonia: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Crit Care Med. 2022;50(10):1430-1439.
- Wu Y, Su Y, Zhao L, Wang X, Zhang K, Chen Y, et al. Continuous versus intermittent cuff pressure monitoring in preventing ventilator-associated pneumonia: a multicentre randomised controlled trial. Antimicrob Resist Infect Control. 2025;14:66.
- De Pascale G, Cutuli SL, Vargas M, Cortegiani A, Dalfino L, Greco M, et al. Personalized automatic management of tracheal cuff pressure and subglottic secretions drainage to prevent pneumonia in critically ill intubated patients: the MICROINHALO multicenter randomized controlled trial. Intensive Care Med. 2026;52:1235-47.
